Laatste Nieuws arrow Fietsers onderweg arrow Gerrit en Jeanette arrow Bolivia, Het land van bolhoedjes, bolivianos en zoutvlakten...
www.stichtingkleinverzet.nl | zondag, 5 februari 2012
Stichting Klein Verzet stelt zich ten doel fondsen te werven waarmee onderwijsmogelijkheden voor kansarme kinderen of jongvolwassenen worden gerealiseerd.

 
Sinds september 2004 is door Klein Verzet € 212.655,96
bij elkaar gefietst. Daarmee zijn inmiddels ruim twintig onderwijsprojecten gefinancieerd waarover u op deze website meer kunt lezen.

Van onze Fietsers

Robin Aalst Bucuresti
Het is genieten met volle teugen (bier)! Na Praag waren het een paar enerverende weken. Eerst een hele oude bekende opgezocht, toen naar Slowakije, het geboortedorp ... meer...
Advertisement

 
 
Bolivia, Het land van bolhoedjes, bolivianos en zoutvlakten... Afdrukken E-mail

Bolivia, het land van bolhoedjes



We fietsen voortdurend op hoogten tussen 3700m en 4200m, bezoeken de hoofdstad La Paz en fietsen over de grootste zoutvlakte ter wereld, de Salar de Uyuni!


We komen het land binnen via Copacabana aan het Titicacameer. Copacabana is een plaatsje dat en meditterane sfeer uitstraalt. Vanaf deze plaats is het mogelijk om het Isla del Sol te bezoeken. Het prijsniveau is stukken lager dan in Peru, de munteenheid is Bolivianos. We overnachten voor omgerekend 4 euro in een behoorlijk net hotel. We fietsen verder in richting La Paz. Onderweg komen we langs een dorpje, waar het om 9 uur in de ochtend al feest is. Zelf doen we ons tegoed aan een arroz con pescado, de vis smaakt voortreffelijk! Er is een kleine fiesta aan de gang en meteen krijg ik
(j) een bekertje bier in mijn handen gedrukt, en dat al om 9 uur, nadat de maag gevuld is met vis, rijst, soep en salade. Omstanders vinden de fiets interessant en de kaart van Bolivia. En jawel, de vrouwen dragen bolhoedjes. Een prachtig gezicht, zeker met die bolle rode wangen! We reizen verder en komen na 2 dagen in de hoofdstad aan.


LA PAZ, DE OPENLUCHTMARKT VAN ZUID AMERIKA
De satelietstad van La Paz, El Alto, is een immense buitenwijk, een stad op zich. Hier wonen voornamelijk indigena?s, die proberen hun heil te zoeken in de nabijheid van de stad. De daadwerkelijke stad ligt in een canyon, zo?n 400m lager op 3600 meter.
Vanaf El Alto heb je een prachtig uitzicht op de hoofdstad. La Paz is de hoogstgelegen hoofdstad ter wereld en lijkt wel een grote openluchtmarkt. Alles wordt er op straat verkocht, door de hele stad heen. Voor de toeristen is er eveneens voldoende vertier en als je houd van kleurrijke souvenirs, is dit de stad om te gaan shoppen. Dat doen wij ook, vier grote pakketen met souvenirs worden naar Nederland gestuurd! De stad is wel erg druk, voortdurend verkeer door alle straatjes, getoeter door alles wat een toeter heeft, nieuwe en oude gebouwen zijn door elkaar heen gebouwd. La Paz, een chaotische en bijzonder levendige stad!



DE MIJNEN VAN POTOSI, EEN ZWITSERSE GATENKAAS DIE OP INSTORTEN STAAT
Wij gaan ondergronds! Een bezoek aan de mijnen van Potosi schijnt ?The Best Adventure ever in Bolivia? te zijn, als je de touroperators mag geloven?.

De mijnen van Potosi in Bolivia zijn sinds 1980 omgevormd van staatsmijn tot een cooperatie. Dit betekent, dat alle mijnwerkers als zelfstandige ondernemers hun werk verrichten. Ze dragen 12% belasting af aan de staat. Hun verdienste bestaat uit zoveel mogelijk stenen naar buiten brengen van zo?n hoog mogelijke kwaliteit. Deze mijn bezit geen hoge kwaliteitsmineralen, want er wordt in tonnen gerekend en de samenstelling wordt getest, waaruit een prijs voortkomt. Dat betekent, hier is veel werk aan de winkel! In totaal werken er 12.000 mensen, waarvan 2000 kinderen tussen 10 en 16 jaar, 200 vrouwen en de rest mannen. De altitude is 4100m en alle werkzaamheden gebeuren grotendeels handmatig! In deze mijn zijn 250 (sub)mijnen te vinden. Er wordt gewerkt in groepen van ongeveer 25 personen. Ze werken 24 uur per dag in 3 diensten van 8 uur. Het is bijzonder lastig werken met 25 ondernemers in 1 groep, oftewel 25 kapiteinen op hetzelfde schip. De mijnwerkers moeten hun eigen investeringen doen in gereedschappen, dynamiet, lampen enz. En dan is het de vraag?. wie heeft de leiding? Wie nemen de beslissingen? Werkt iedereen gelijke hard? Waar bevinden zich de andere groepen in de mijn? Er is een groot gebrek aan organisatie, want deze ondernemersgroepen weten van elkaar niet, waar ze wel en niet graven. De concurrentie is letterlijk moordend, want het gebeurt dat dynamietstaven wel eens bewust in richting van een concurrerende groep exploderen, met dodelijke gevolgen van dien! Is men dan niet in staat de berg in beeld te brengen en te analyseren? Natuurlijk wel, maar wie betaalt dat dan? Kortom, iedereen werkt er lukraak op los in deze Zwitserse gatenkaas, die over ongeveer 10 jaar zal gaan instorten is de voorspelling. Potosi zal vermoedelijk een ghosttown gaan worden. De grove mineralen worden opgekocht door de VS en Canada en worden ook daar verder verwerkt.

Het werken in deze mijnen is levensgevaarlijk. Per jaar overlijden er 40 mijnwerkers, waarvan 25 door ongelukken, bv. door explosie, het in elkaar storten van mijnschachten en het vrijkomen van gassen bij dynamietexplosies. Na 15 jaar zijn de longen compleet aangetast oftewel uitgewerkt en gaan de mijnwerkers dood. De gemiddelde leeftijd van een mijnwerker bedraagt maar 40 jaar! De meesten sterven aan de longziekte silicosis, hoofdzakelijk veroorzaakt door vrijkomend asbest. Na 7 tot 10 jaar mogen ze, als ze er slecht genoeg aan toe zijn, met pensioen. Ze ontvangen rond 15 dollar per maand. Of als de longcapaciteit tot 50% is gedaald, is dat ook een gegronde reden om met pensioen te mogen.

Het is mogelijk om deze mijnen te bezichtigen. In Europa zou het ondenkbaar zijn, ze zouden mijnwerkers niet eens toelaten, maar hier gelden andere wetten. Toch is het bezoek aan deze mijnen niet geschikt voor iedereen. De reisgids zegt: bezoekers dienen fit en geacclamatiseerd te zijn m.b.t. de altitude, want je bevind je wel op 4100 meter hoogte. Deze excursie wordt niet aanbevolen voor personen, die last hebben van claustrofobie, hoogtevrees of astma?. Wij gaan met een agentschap in een groep van totaal 7 personen op pad. Allereerst gaan we naar de mijnwerkersmarkt om presentjes te kopen voor deze hardwerkende mensen. Wat koop je dan? Aanbevolen wordt: cocabladeren, alcohol (96%), frisdrank, dynamiet, cigaretten of water/frisdrank. Met een aantal van deze presentjes hebben we nogal wat moeite. Ze werken al in zo?n ongezonde omgeving en dan ook nog cigaretten of bv. alcohol kopen? Nee, dat gaat ons te ver!
We besluiten cocabladeren, frisdrank en enkele dynamietstaven mee te nemen. Raar idée, met dynamietstaven een mijn betreden?.. gaan we iets opblazen dan?

Na deze boodschappen worden we per busje naar de mijn gebracht. We krijgen een mijnwerkersoutfit aan, bestaande uit een soort regenpak, een veiligheidshelm met een mijnwerkerslamp inclusief zware accu, die op de rug middels een riem wordt bevestigd. We hebben zelf een doekje meegenomen, vanwege al het stof, dat we gaan inademen. Met een bijzonder kundige gids, die met zijn enorme humor de toeristen op hun gemak stelt, gaan we naar binnen. We maken alvast wat foto?s van de ingang van de mijn. De gids zegt: hey nice, that?s for the National Geographic Magazine right? We lachen allemaal! Toch voel je spanning en we zijn best wel wat zenuwachtig. Een tweede gids vergezeld ons eveneens. Hij doet niets anders dan cocabladeren kauwen. Zijn tanden zijn er door aangetast. We moeten al meteen aan de kant want er komt een klein treintje aan met 3 wagonnetjes, waarin mijnwerkers zitten. Ik vraag me af: gaan wij ook in zo?n ding zitten en sjezen we dan door de mijn heen? Nee, wij lopen over dit spoorlijntje een heel eind naar binnen. Het ruikt er vreemd, indringend, vergelijkbaar met rotte eieren. De gids vertelt dat deze mijn zink, tin, lood en zilver levert. Het is niet geloven onder welke omstandigheden en met welke materialen er hier gewerkt wordt. Het is er ontzettend stoffig, als ik even mijn doek voor mijn mond weghaal, merk ik dat meteen. De mijnwerkers, die we onderweg zien, dragen GEEN mondkap. Waarom niet? Anders kunnen ze niet voldoende ademhalen, aldus de gids
Ze trekken als een paard een wagon vol stenen met een touw een bepaalde kant op, over de rails, om dan vervolgens deze 2000 kg om te kiepen en met schoppen in een van autobanden gemaakte grote mand te scheppen. Deze mand wordt via een Schacht handmatig naar een andere verdieping gehezen en daarna weer in een wagentje gegooid, waarmee ze de mijn uitrijden.

Wij komen onderweg in een klein museumpje aan. De asbest hangt boven onze hoofden.
Er staan poppen opgesteld, die weergeven hoe het leven is. Dit werk wordt vergeleken met de hel, dat is duidelijk. Ik zie een uitgemergelde pop met cocabladeren in zijn mond en alcohol en een cigaret in zijn hand. Er zijn meerdere poppen opgesteld, die mijnwerkers voorstellen aan het einde van hun latijn, gruwelijk eigenlijk. In het verleden zijn er zelfs scheepsladingen negroide mensen aangeboden, te koop, gezond om in de mijnen te werken, 100 mannen, 20 jongens enz?. tevens vind je er statische gegevens. Wat is de hoofdreden om in deze mijn te gaan werken? 90% geeft aan, dat er geen andere optie is (er wordt goed betaald, 100 dollar per maand), 4% vindt het zelfs leuk! Heel Potosi hangt aan deze mijn, alle economische activiteiten zijn afgeleiden van deze sector.



Wij lopen verder, de schachten wordt steeds nauwer, regelmatig bewegen we ons hurkend voort, moeten stijle stukjes naar boven klimmen en al na 50 m ben je totaal buiten adem
Niet alleen vanwege de hoogte, maar van de waanzinnig stoffige omgeving. We gaan een niveau hoger en het wordt ook warmer, op bepaalde plekken kan het zelfs 45 graden worden. Gerrit probeert heel even een mijnwerkersgevoel te krijgen door samen met onze fietsvriend Thomas een tijdje stenen in de mand te scheppen. Binnen no time zijn de heren buiten adem. Voordat wij de mijn betraden, vroegen we ons af, waarom leven deze mensen niet wat gezonder? Ze kauwen ze voortdurend cocabladeren en drinken sterke alcohol van 96%. Nu we door deze mijn lopen, begrijpen we het volledig. Het werk is zo vreselijk zwaar, dat je jezelf wel moet verdoven om dit vol te houden.

We hebben veel armoede gezien onderweg? maar het werken in deze mijnen heeft een zware indruk op ons gemaakt. Je hebt werk, maar het wordt tevens je dood. Het geld, dat we betalen voor deze excursie gaat gedeeltelijk naar het hospital. Een schrale troost, want het is achteraf, voor de doodzieken in plaats van preventief te werk te gaan en bv. iets aan onderzoek te doen van de mijn, waardoor de groepen veiliger hun werk kunnen doen. Wij mogen tot slot nog wat meer ?aventura? meemaken zegt de gids breeduit grijnzend. We ?moeten? een bijzonder nauw mijnschacht doorkruipen. Ik (j) krijg het spaansbenauwd alleen al bij de gedachten eraan?. een andere jongen in de groep eveneens? en toch? ik verzet me en kruip ook door deze nauwe verbinding van zo?n 50 meter lang. Dit zijn de ECHTE schachten zegt de gids, niet de luxe grote ?toegangswegen?, die jullie hiervoor hebben doorlopen. Ik adem zwaar, want het is nauw en er is daardoor veel minder zuurstof. Daarnaast vindt ik het eng en daardoor adem ik steeds sneller. Met al het stof om je heen is deze ervaring compleet. Onze gids laat ons daarom ook dit ervaren. En terecht?.. maar gemakkelijk? Nee! Het is ons gelukt, we zien er stoffig uit, we voelen ons ?gehavend? lichamelijk en geestelijk en we zijn een ervaring rijker?.

We zijn dolblij het daglicht weer te zien en normaal te kunnen ademen. Eindeloos respect voor de mensen, die dit werk (willen) doen. Uiteraard hebben we in Nederland wel eens gehoord en gelezen, dat mijnwerkers het altijd zwaar hebben en hebben gehad?. maar nadat we in deze reeele werkomgeving zijn geweest, is de ervaring compleet! Achteraf gezien is dit wellicht de gevaarlijkste plek, die we tot nu toe hebben aangedaan.

De volgende dag zitten we weer op ons fietsje in de frisse koele buitenlucht, de zon schijnt, een vleugje wind, we voelen ons vrij en gezond. Onderweg zien we een indigena vrouw met een koppeltje schapen aan de wandel gaan op zoek naar gras voor haar dieren. Ze woont in een schamel huisje en leidt een arm bestaan, materieel gezien dan?. en dan denk ik aan de jonge mijnwerkers ?. en ik krijg tranen in mijn ogen? ik hoef niet te kiezen? ik voel me rijk van top tot teen en relativeer de voorgaande loodzware fietsdagen in enkele seconden?


CEMENTARIO DE TRENES
We komen in de plaats Uyuni aan, de toeristenplaats aan het zoutmeer. Vanaf hier worden 4wheeldrive tochten georganiseerd over de zoutvlakte en het interessante ruige landschap van Zuidwest Bolivia. Iets buiten het dorp bevindt zich de Cementario de Trenes, het treinenkerkhof. Hier vind je roestige antieke treinen in alle staten van 'ontbinding'.

Er staan tientallen oude lokomotieven, wagons en losse delen van treinstellen. Allemaal gemaakt van loodzwaar staal. Je vraagt je af hoe ze deze treinen ooit in beweging hebben gekregen. We vermaken ons door op treinen te klimmen, de machinist uit te hangen, het kind in ons allen komt even naar boven. Eigenlijk is het een grote schroothoop, maar aan de andere kant heeft het iets van een speeltuin, omdat je overal op, in en doorheen kunt klimmen. Leuk om gezien te hebben.


EINDELOOS BLAUW EN WIT
Salar de Uyuni is met een oppervlakte van 10.000 km2 de grootste zoutvlakte van de wereld. Ongeveer 40.000 jaar geleden was deze vlakte een deel van het Minchinmeer, een reusachtig prehistorisch meer. Toen het meer droogde, bleven twee meren over (Poopó en Uru Uru), en twee grote zoutvlakten (Salar de Uyuni en Salar de Coipasa). Er wordt geschat dat het meer 10 miljard ton zout bevat, waarvan ongeveer 25.000 ton jaarlijks weggehaald wordt. Inmiddels heeft dit gebied zich ontwikkeld tot een belangrijk toeristisch hoogtepunt van Bolivia.

Salar de Uyuni, alleen deze naam al klinkt zo speciaal, dat het iets bijzonders moet zijn. Vaak heb ik in de atlas gekeken, waar deze zoutvlakte ligt en hoe groot het nu eigenlijk is. Hoe zou het zijn om daar te fietsen? De Salar de Uyuni is ongeveer zo groot als de provincie Drenthe, ligt op 3700 meter hoogte in het ruige Zuidwesten van Bolivia.
En wat heeft een fietser hier te zoeken? Geen idée. Uit sommige fietsersverhalen blijkt dat het zwaar fietsen is. De temperaturen kunnen in de nacht dalen tot -20 graden celcius, de zon brand behoorlijk op je huid, vooral omdat het witte zout reflecterend en versterkend werkt. De temparatuurverschillen tussen dag en nacht zijn ongekend groot, overdag kan het zomers warm zijn. Daarnaast is de lucht op deze hoogte bijzonder droog en fiets je op 3700 meter. Wij hebben geluk en hebben het tevens goed gepland qua klimaatsperiode. En we zijn al tijden gewend aan de hoogte, 3700m is niet meer zwaar. Oktober is een perfecte tijd, het is niet meer extreem koud en de luchten zijn helder. Maar wat valt er nu eigenlijk te zien? Niets, alleen maar hagelwit, knalblauw en hexagonen. Maar waarom is dat dan leuk? Het gevoel van oneindigheid te ervaren, de puurheid en schoonheid van de natuur in al haar eenvoud te befietsen, een scherpe horizon te zien?. het moet een ongelovelijk unieke ervaring zijn. Foto?s hebben we wel gezien, maar er zelf overheen fietsen is een wens van ons!

Vanaf Colchani, een nietszeggend stoffig dorp dat meteen aan de Salar ligt, waar we samen met de Duitse fietsers Thomas en Harald een lelijke kamer delen, fietsen we de Uyuni op! Het is 7 oktober, Gerrit is jarig en het is volle maan vanavond. Alle ingedrienten zijn aanwezig voor een topdag in het fietsersbestaan! Je voelt het! De fiets is versierd met ballonnen. We dragen allemaal een kleurrijke alpacamuts en zo rijden we met z?n vieren de Uyuni op! Harald zegt: Wo gehts denn hier zum Nordpol? We lachen allemaal breeduit en kijken naar de diverse grijze stroken op het zout, die verschillende richtingen uitgaan. Inderdaad, welke weg moeten we volgen? Hoezo welke weg Jeannette, het is gewoon verkleurd zout. OK, welke zoutlijn dan? Geen idée! Na niet al te lange tijd zien we de eerste 4wheeldrive auto?s plankgas de Uyuni oprijden en weten we waar we ongeveer langs moeten, volg de grijze lijn! Ja, maar ik wil geen grijze lijn volgen?. Nou, dan fiets je toch wat meters verderop in dezelfde richting. OK, doe ik! We uitgerust met een gps en een kompas, want we hebben wel eens gelezen, dat je verdwaald kunt raken, omdat alles er hetzelfde uitziet!

Gerrit, ik heb het idée dat ik over een besneeuwd meer fiets?. Ja ik ook. Oh, voel je de knarsende vereiste sneeuw ook onder je wielen? Ja, maar het is zout. Oh ja, dat is ook zo, haha. We krijgen een echt wintergevoel, een schaatsgevoel, een elfstedentochtgevoel, het is vorstig, de zon schijnt volop, de hemel is knalblauw en we fietsen waar we willen. Het is een supergevoel, we zweven. Hey Gerrit, een koek en zopie tent ontbreekt nog net. Thomas vraagt: ein Was? Ach, ein Kuchen und Zopiezelt. Was ist denn das? Ja, also ein Zelt mit Kuchen, Erbsensuppe und Schnaps! Ach so, und das gibt es in Holland? Ja, beim Elfstedentocht zum Beispiel! Beim Was? Elfstaedtetocht! Was ist das denn nun wieder?. Ja, also eine Schlittschuhtour entlang 11 Friesische Staedte?. und dann gibt es auf dem Eis eine Saufbude. Ach so, claro?. het valt niet mee uit te leggen, dat je hier een schaatsgevoel van krijgt.

Het duurt niet lang en we komen inderdaad een koek- en zopietent tegen! In de vorm van het beroemde zouthotel! Dit onderkomen is geheel gemaakt van zouttabletten. Voor 20 dollar kun je er overnachten incl. ontbijt en avondeten. Je ligt dan letterlijk op een zoutbed. Het ziet er grappig uit. Buiten staan zouttafels en zoutstoelen. Wij nuttigen hier koffie met chocolade en fietsen daarna door.

We fietsen weer verder. Even een tijdje naar links, dan naar rechts, bochtjes, het maakt niet uit waar je fietst, er is geen verkeer, er zijn geen borden, er is helemaal niets! Op de zoutvlakte zijn hexagonen te vinden, ontelbare vele zeshoeken. Harald ontdekt zelfs een vierkant, het zal vast geluk brengen! We vermaken ons uitstekend, maken ontelbare foto?s en dit lege landschap leidt er zelfs toe dat onze creativiteit de vreemdste vormen aanneemt. Terwijl de heren mij voor gek verklaren, omdat ik alle alpaca?s en lama?s van Bolivia fotografeer (hier zijn ze helaas niet aanwezig, er valt niks te eten), zet Thomas zijn fiets eenzaam en alleen wel 100 keer op de foto! En Harald zijn hobby is kerkhoven fotograferen, die op deze zoutvlakte echter ook niet zijn te vinden. De vraag is, wie is er nu maf?

We houden een picknickbrunch aangevuld met een fles rum en gaan daarna op deze rumfles ?fietsen?. We maken de gekste foto?s vanuit vele liggende posities en dat leidt tot meditteren op een appel, dansen op een ballon en staan op een glas. De Uyuni doet iets met je, dat is duidelijk.

Harald trakteert op koffie. Wij noemen het Dreck, want hij gooit de losse koffie in zijn pannetje, roert honderd keer en laat het drabberige spul zakken. We eten onze buik vol met chocolade en gieten wat rum in de koffie, want dat is goed tegen de kou en bovendien?.. Gerrit is jarig vandaag!

We fietsen langzaam verder. Regelmatig toeteren de langssjezende 4wheeldrivers met toeristen naar ons. Er stopt zelfs een bus en de meute wil met ons op de foto! De gids wil zelfs even een fietsje uitproberen. Uiteindelijk komen we na 75 km aan bij het Isla Incahuasi. Alle agentschappen noemen dit eiland Isla Pescado (viseiland), maar dat ligt verderop. En trouwens vissen kun je er niet! Dit eiland is verrijkt met ontelbare cactussen, bijzonder mooi. Er is een restaurantje en fietsers mogen er zelfs voor niets slapen! Eigenlijk wilden we kamperen, het is maar -8 graden in de nacht, maar we krijgen een perfecte ruimte aangeboden. De matrassen worden klaargelegd voor ons en we kijken door een grote ramenpui over de Salar.
We eten onze beste maaltijd sinds maanden in het restaurantje, Franse uiensoep, chili con carne en een crepe met chocoladesaus na. De kaarsjes staan op tafel. Alles vergezeld met wat alcoholische versnaperingen. Het is een waar feest! 4 fietsers, achtergebleven op dit eiland, midden in de zoutzee in Bolivia en van alle gemakken voorzien?.. we gaan naar bed en zien een prachtige zonsondergang, we kijken liggend vanuit onze slaapzakken door het grote raam, de maan is zichtbaar en perfect rond, wat een wereld, je hoort niets?. we hebben de Salar voor ons alleen?.

De volgende ochtend fietsen we verder in richting Colcha K., een dorp aan de zuiduitgang van de Salar op zo?n 70 km afstand. Opnieuw is het genieten door in het niets te fietsen. We hebben alle tijd van de wereld, er komt nauwelijks een auto voorbij, wat een rust. Opnieuw gaan we lunchen. Waar zullen we gaan zitten, hahaha?. Oh hier is wel een leuk plekje? Na zo?n 40 km verlaten we deze immense vlakte en komen we terecht op een zeer slechte weg met veel mul zand. Af en toe passeert ons een 4wheeldrive auto en we worden weer eens in stof gehuld, terug in de realiteit!
De Uyuni, een bijzondere fietservaring, die met stip bovenaan de lijst komt te staan. Schoonheid in witblauwe eenvoud!


MET EEN 4WHEELDRIVE AUTO DOOR HET UITERSTE ZUIDWESTEN VAN BOLIVIA
We bereiken in de late namiddag Colcha K. Een dorp van niks met een eenvoudig onderkomen en een gezellig minuscuul restaurantje. De volgende dag gaan we verder, maar dan per 4wheeldrive. Waarom? De route naar het uiterste Zuidwesten van Bolivia kent een prachtige natuur, maar is extreem zwaar te befietsen. Je moet eten inslaan voor 2 weken, er zijn wel wegen, maar alleen maar 4wheeldrive wegen, er is weinig informatie omtrent de juiste route, je kunt gemakkelijk de weg kwijt raken, er zijn zandbakken vol mul zand (als eens op een zacht strand gefietst? Dat gevoel?) en water is eveneens een probleem. Wij durven dit risico niet aan en hebben daarom besloten dit gedeelte vanuit de auto te bekijken. De fietsen worden opgeladen en wij brengen 3 dagen door in de auto, over stofpistes, door mul zand, over verschrikkelijk slechte wegen. Het is wel zeer de moeite waard, we komen langs de Laguna Colorada, met prachtige rode en blauwe tinten, we zien flamingo?s en rijden langs een stenen boom.

De volgende dag zien we geysers en de mooie Laguna Verde, het alleruiterste Zuidwesten van Bolivia. Bij een toegang tot een normale gravelweg gaat Thomas ons verlaten om de Atacamawoestijn in Chili in te duiken. Wij rijden met Harald nog een 1,5 dag door en laten ons afzetten in Tupiza, 100km van de Argentijnse grens. We hebben wel zin in een nieuw land. De kou verlaten en genieten van wat betere voorzieningen. MAAR Bolivia is een land, dat ons hart heeft gestolen.

Er valt nog veel meer te ontdekken in Bolivia, zeker de jungle, maar dat gedeelte hebben wij overgeslagen. Het blijft ook voor ons keuzes maken.

De laatste twee dagen hobbelen we weer over slechte gravelroads met vele wasborden, fietsen we langs de spoorlijn en bereiken we de Argentijnse grens! Een nieuw land, het land van wijn en steaks!

 
< Vorige   Volgende >

 

 
© 2012 www.stichtingkleinverzet.nl
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.