|
In een reeks artikelen willen
we op deze website aandacht geven aan de 'persoon achter het project'
om zodoende inzicht te krijgen in wat de mens beweegt om in een ver en
vreemd land vrijwillig aan de slag te gaan om kinderen een kans te
geven op een betere toekomst. Dit is deel 1, het verhaal van Myrna Quak
uit Wassenaar.
Please sister,
help me go to school
.
Tijdens
mijn studie psychologie kreeg ik in1999 de kans om 2 maanden lang als
vrijwilligster voor de UNHCR te helpen in een vluchtelingenkamp in
Kigoma, Tanzania. UNHCR is een organisatie van de Verenigde Naties die
werkt aan de opvang van vluchtelingen. Deze vluchtelingen kwamen uit
Burundi en Congo. In het kamp waar ik hielp zaten 90.000 vluchtelingen
uit Burundi.
Tijdens deze periode ben ik door een miscommunicatie met een
taxichauffeur per ongeluk terecht gekomen bij 'Sanganigwa', een
opvangcentrum voor straatkinderen in Kigoma. Ik had hem gevraagd mij
naar een apotheek in Kigoma-town te brengen maar deze man had mij
verkeerd begrepen en bracht mij naar het opvangcentrum. Ik was hier nog
niet eerder geweest maar werd wel erg nieuwsgierig en heb daar ongeveer
15 minuten rondgelopen. Een grote groep kinderen kwam om mij heen staan
en keken mij aan met ogen van "help ons alsjeblieft". Deze kinderen
kregen hier twee keer per dag een beker pap en leerden lezen en
schrijven. Net voordat ik weer de taxi in stapte kreeg ik een papiertje
in mijn hand gedrukt van een jongetje van ongeveer 10 jaar oud. Toen we
weg reden las ik wat er op stond: "Please sister, help me go to school".
Gedurende
de rest van mijn verblijf kreeg ik niet meer de kans naar dit
opvangcentrum te gaan maar het werd het mij wel steeds duidelijker dat
alle hulp van de organisaties gericht waren op de vluchtelingenkampen
en dat de vele straatkinderen die zich in Kigoma-town bevinden
eigenlijk in de vergetelheid waren gekomen.
Eenmaal terug in
Nederland bleef dat beeld van die kinderen steeds maar terugkomen in
mijn hoofd en kreeg een enorme drang om iets van betekenis voor hen te
kunnen zijn. Allerlei gedachten gingen door mijn hoofd. "Wat zijn wij
toch vreselijk verwend hier in Nederland. Zijn wij niet verplicht om
iets bij te dragen aan degene die helemaal niets hebben? Voor het
zelfde geld had mijn wiegje daar gestaan en niet hier in Nederland."
Hoe en wat precies wist ik nog niet maar een ding wist ik zeker, ik moest terug.
Ik
besloot om datzelfde jaar nog terug te gaan. De hele maand december
wilde ik in Kigoma verblijven, zodat ik daar ook met kerst zou zijn.
Een kleine tas voor mezelf mee en een grote tas vol kerstcadeautjes
voor de kinderen. Potloden, caps, zeepjes, stickers, spelletjes, alles
wat ik zelf nog had en van vrienden mee kreeg nam ik mee.
In deze
maand leerde ik op het opvangcentrum Julius kennen. Julius was een
lieve, iets verlegen jongen van 10 jaar oud met een enorm vergroeide
rug. Hij had op jonge leeftijd bottuberculose gekregen. Hierdoor was
zijn rug langzaam steeds schever gaan groeien. Julius kan geen lange
afstanden lopen en mag ook geen zware dingen tillen. Dus hij zou nooit
werk waar fysieke kracht voor nodig is kunnen doen. Wel kon hij al goed
lezen en schrijven en wilde erg graag naar een officiële lagere school.
Ik wilde hem graag helpen en beloofde hem financieel te steunen om naar
school te kunnen gaan. Ook beloofde ik hem dat ik weer terug zou komen
naar Kigoma. Sister Chrispus, Een non die op het opvangcentrum werkt
zei tegen mij: "Myrna, we hebben hier al een aantal Europeanen gezien die ons hebben
beloofd te helpen en dat ze terug zullen komen. Maar we hebben nooit
meer van hen gehoord. Dus als je deze belofte maakt, kom dan ook
alsjeblieft terug. Deze kinderen hebben iemand nodig die ze kunnen
vertrouwen".
Ik ben haar woorden niet vergeten
Terug
in Nederland waren de mensen om mij heen heel nieuwsgierig naar mijn
verhaal. Ik vertelde hen dat door de extreme armoede de ouders hun
kinderen vaak niet te eten kunnen geven. Voor de familie is het iedere
dag weer opnieuw een strijd om te overleven. Geld om hen naar school te
kunnen sturen is er al helemaal niet. Geen voedsel en geen scholing
zorgt er voor dat deze kinderen op straat gaan hangen en proberen met
bedelen en stelen te overleven. Hierdoor missen zij de kans om wat op
school te leren en een vak te leren. Zij zullen dus de rest van hun
leven in armoede blijven leven. Zonder hulp zullen zij nooit aan deze
vicieuze cirkel kunnen ontsnappen.
Familie, vrienden en kennissen in
Nederland waren onder de indruk en vroegen mij of zij ook een kind
konden sponsoren. Hieruit ontstond het idee van de Stichting Watoto
Tanzania.
Ik nam mezelf voor om hoe dan ook er voor te zorgen dat
ik het volgende schooljaar (januari 2001) 60 kinderen naar een lagere
school zou kunnen sturen. In het jaar 2000 ben ik dan ook 3 keer
teruggekeerd naar Kigoma om alles voor te bereiden en een betrouwbaar
netwerk te op te bouwen.
Terugkijkend op de afgelopen 5 jaar
hebben we al veel kunnen betekenen voor de kinderen en is de hulp niet
alleen bij 60 kinderen naar een lagere school sturen gebleven. Stap
voor stap zijn we gegroeid en krijgen deze kinderen een kans op een
beter bestaan. Sindsdien ga ik regelmatig naar Kigoma om er voor te
zorgen dat al onze plannen goed worden uitgevoerd.
De Stichting
Watoto Tanzania ondersteunt het opvangcentrum en probeert stap voor
stap de basis voorzieningen, zoals water, voedsel en onderdak, te
verbeteren. Ook willen wij hen de mogelijkheid bieden naar school te
gaan of een vak te leren.
Zo hebben wij met donaties o.a. het volgende al kunnen doen:
- 65 kinderen naar een lagere school in Kigoma (Schoolgeld, uniforms, schoenen en schoolboeken).
- één kind naar een middelbare school in Dar es Salaam.
- Huiswerkklas.
- Aanleg van een waterlijn, watertanks, wasbakken, toiletten.
-
Uitbreiding en renovatie van het opvangcentrum waardoor er extra
klaslokalen en 30 slaapplaatsen zijn voor jongens (deze jongens hebben
geen ouders of familie waar zij 's nachts kunnen slapen).
Ons volgende doel is het opzetten van een tehuis voor meisjes.
Aangezien
er 's nachts geen jongens en meisjes samen in één gebouw mogen slapen,
is er tot nu toe nog geen slaapplaats voor de meisjes. De nood voor
slaapplaatsen voor meisjes is hoog. De meisjes die 's avonds echt
helemaal nergens naar toe kunnen zoals familie of een verzorger zijn
genoodzaakt 's nachts op straat rond te zwerven. Op straat is de kans
groot dat zij in risicovolle situaties terechtkomen zoals drugs,
seksueel misbruik , prostitutie en aids. Graag willen wij hen deze
ellende besparen door het bieden van een veilige plek.
Dankzij
eenmalige donaties hebben we al een aardige start kunnen maken. We
hebben een stukje grond in de buurt van het opvangcentrum kunnen kopen.
Op deze grond hebben we een huis laten bouwen wat als een tehuis voor
meisjes zal gaan fungeren. Ook krijgen we een jaarlijkse donatie
waarmee we de kosten van het aannemen van een Mama die voor de meisjes
zal zorgen en een bewaker kunnen betalen.
Wel moet er nog een hek om
het huis komen en moet het van binnen nog ingericht worden. Ook zullen
de jaarlijkse vaste kosten zoals, water, eten en de schoolkosten en
kleding voor de meisjes nog bekostigd moeten worden.
Lees hier meer over het project van Myrna Quak, de Stichting Watoto Tanzania en de ondersteuning van Stichting Klein Verzet
|